Iedere ochtend tussen geur en weten dat die rit kan,
“U ook”, hou er steeds weer meer van.
Daar kwamen ze vier ridders dan weer vijf in totaal.
We reden weg op stalen ros, hieven hun hand naar die schoonheid,
mijn goud, mijn geluk, verdwijnen in het portaal.
Er zijn plekken waar ik niet meer langs kan, glimmen, lacht.
Ooit is daar een verhaal geschreven, iets voor het eerst gedacht.
Ter hoogte van mijn oor, bijvoorbeeld, een verhaal over de blauwe tocht,
gegrift in eeuwigheid, moordend die omhoog gevallen bocht.
Meer woorden waren niet nodig, de benen, het achterste, de huid heeft nu een geheugen.
Hans, Hill, Herman welk ander woord met H, geen duizend letters, historisch, geen leugen.
Langs het land met stromend water, niet om te wassen, wel om te vlotten, te rakkeren, een avontuur.
De doodangst is verduurd, het uur van schrik verdwenen, gejuich want hun schatten uit de golven dragend, papa gonzo handen rauw van ’t stuur.
Werchter het dorp daarginds, waar bellekens was, de trots van de spin, wij langs de huilende wind.
Pellekens pellekens, blind voor Gonzos, doof voor allen, waar is het hart voor het spierzieke kind.

Langs de streek, heilig heilig Damiaan, waarheid of de droom.De vaart, niet meer in te tomen, woorden niet langer in een stroom.
Afspraak verzettend voor sommigen abominaal,
de streek van Andalusië, die friet speciaal.
Iemand die lacht en grient,
ik kan het je zeggen, gonzo een echte vriend.
1 opmerking:
Met zo'n rijmkunst
valt Rudy in onze gunst!
dat prachtige gedicht
maakt mijn hart zo licht!
Het maakt de tocht
alhoewel met tal van bocht
minder zwaar
't is echt waar.
Herman.
Een reactie posten