woensdag 8 december 2010

De Gonzo’s ontmoeten de Sint ‒ zaterdag 4 december 2010

Rond de middag vielen dikke sneeuwvlokken uit de lucht, waaide er een ijskoude wind, en regende het afzeggingen:

• Tiel moest op schoot bij de lieve Sint; hopelijk kneep de brave heilige de katjes niet in het donker;
• bij Gorpie begint werken en feesten zo langzamerhand volledig dooreen te lopen; in een zo grote mate dat hij nu al verschillende weken verstek moet geven. Of is er inderdaad sprake van een nog onvoldoende gerodeerde nieuwe fiets??? Sic saltem speramus (red. Bart De Wever);
• onze Kassier meldde af omdat hij de binnenkant van zijn huis al dagenlang niet meer gezien had;
• en ‒ last but not least ‒ Koeke die een onduidelijke reden voor afwezigheid opgaf aan de voorzitter.

Vier besneeuwde Gonzo’s reden rond 14u45 uit voor een door wegkapitein Herman uitgestippelde rode tocht doorheen de witte bossen.
Eerst een flink stuk Hoeveroute tot in Bierbeek, waar we aan de Borre het Meerdaalwoud ingleden. Het bos was adembenemend wit, stil en mooi. Maar hier en daar ook gevaarlijk glad, zodat de concentratie op peil moest gehouden worden. De fietskledij was aangepast aan de Siberische koude; alleen in het eerste deel van de rit had de voorzitter last van koude handen. Herman en Rudi hadden ‒ voor het geval het nodig was ‒ 2 paar handschoenen aan, om er 1 aan de voorzitter te kunnen afstaan, wanneer dit nodig zou blijken. Dergelijke solidariteit vind je dezer dagen zelfs onder asielzoekers niet. Herman had met gelijkaardige menslievende voorzienigheid ook 2 broeken aangetrokken, maar er bleek raar ‒ of juist, begrijpelijk ‒ genoeg, niemand met koude billen te zijn.

We volgden de rode route eerst foutloos, onderweg de sneeuw van de bedekte richtingpaaltjes vegend, met de bedoeling halverwege aan te sluiten op de blauwe route richting Zoete Waters. Twee herten in galop werden gespot, wegrennend voor het geburl (*) van onze voorzitter; hij werd daarvoor terecht gestraft door de andere Gonzo’s met enkele rake sneeuwballen.


Door het oponthoud onderweg wat minder aandachtig geworden, vonden we de aansluiting met de blauwe route niet, en reden verder en verder het besneeuwde Meerdaalwoud in. Langs stukken steile helling, op zoek naar iets wat op een groot bospad leek. Naar rechts, of toch naar links? Kwam dat autogeluid van voor ons of van rechts opzij? De spanning steeg, het werd nog stiller: de meeste Gonzo’s hadden des avonds familiale of culinaire verplichtingen, en het werd alsmaar donkerder (en kouder) in de bossen.

Opeens een eenzaam huis aan de rand van een stuk veld. De oprit leidde naar een soort veldweg met een naam: Rue Saint-Nicolas. Verontrustend: blijkbaar hadden we intussen Vlaanderen verlaten en waren in het buitenland terechtgekomen. Even verder, in de valavond, een nieuwe wegwijzer: Beauvechain, Hamme Mille. “Mille Dju,” riep Rudi. De nacht viel nu ijzig snel, en buiten de voorzienige Rudi had natuurlijk niemand lichten bij. Maar we moesten en zouden terug in Vlaanderen geraken. Langs het beton ging het naar Nethen, en vandaar naar Sint-Joris-Weert. Daar aangekomen was de duisternis compleet, maar niet zo compleet dat we wat verderop niet de flikkerlichten van een politiewagen ontwaarden. Vermits zwaar in overtreding, leidde Rudi ons langs de berm van de spoorweg met een omtrekkende beweging rond het blauwe gevaar.

Maar wat nu? Plots herinnerde Rudi zich dat er in Sint-Joris-Weert een knaap woonde, waar Kris zich nog had over ontfermd. Misschien mochten we de nacht doorbrengen in zijn stal. Dit ging niet, maar de knaap was wel bereid onze fietsen in zijn stal te stallen. Een beter idee maakte zich echter meester van onze koude hersenen: de GONZA’S. Zaten zij niet lekker knus onder een dekentje in onze warme huizen? Konden zij ons niet redden uit deze ijskoude nacht? Leen werd terstond van achter haar potten gerukt, Katrien van onder haar dekentje. Op naar Sint-Joris-Weert, aan de kerk naar rechts, over de spoorweg direct links. Daar op de hoek ‒ in café IN DE RAPTE brachten wij de wachttijd door met een frisse pint …


… betaald door geldschieter Rudi, wiens multimediatoestel last had van de koude en steeds dezelfde oproep binnen kreeg.
De Gonzo’s werden, net als de andere tooghangers, plots opgeschrikt door dezelfde blauwe flikkerlichten, die zij enige tijd daarvoor kundig hadden vermeden. Het bleek te gaan om de escorte van de Goede Sint, die zich te paard en omringd door zotte Pieten door de donkere Weertse straten bewoog. We smeekten om snoep, die met kilo’s tegelijk door de ramen van het café werden binnengegooid. Herman en DD kropen uit het raam om met de Sint op de foto te kunnen.


Maar nog meer verblijd werden we door de aankomst ‒ enige minuten later ‒ van 2 warme auto’s en Gonza’s: Leen en Katrien. Het was wat puzzelen om onze stalen rossen vertransporteerd te krijgen, de fiets van de VVHL moest hiervoor zelfs deels gedemonteerd worden.

Maar eind goed al goed. Met een droge onderbroek en een fris saluut aan onze Redsters, kijken we uit naar de volgende rit.

DD

(*) burlen: het bronstig loeien van herten

2 opmerkingen:

Herman zei

Ik miste inderdaad in het verslag iets over de geilheid van Hill, als hij zo achter ons rijdt en het lichtjes rommelt tussen zijn tanden bij het aanschouwen van onze zwoegende kathedralen.

VVHL zei

nadeel van Voorzitter zijn is dat ik nergens kan uithuilen.

pestkoppen !!!!