Zondag 19 September 9u16. Zit rustig in m’n zetel. Het mail aantal staat op 99, nadat ik antwoord gegeven heb aan Lucas aangaande de progressie gemaakt in CCSE. Nu, voor mij is dat een belangrijke grens bereikt, aangezien dit het sein is dat ik eindelijk eens werk kan maken van het “echte” verslag. Hier kan ik me nog eens laten gaan, weet je. Je wordt er niet zo ziek van als van sommige andere verslagen. Nu ’k ga niet klagen hoor. Er zijn er die veel zieker zijn. Neem nu bisschop “Vangkinderen”, dat is pas erg. Dienen mens ligt al dagen in bed met een snotneus. Moet wel een erg eenzaam bestaan zijn. Je hebt niet het geluk om er met je vrienden op uit te trekken.
Dit is wat we deden op zondag 12 september. Hans, Hill en ik. Tja we waren maar met z’n drietjes. Waar de andere zaten kan ik me niet zo goed meer herinneren. Van Herman weet ik het nog. Die moest een of andere braspartij gaan regelen. Gorpie die ging komen, maar was niet op de afspraak. Zou later die dag wel verschijnen in vol Gonzo ornaat, klaar om de rit te maken die eigenlijk gedaan was. Hans Kassier mocht z’n kinderen nog eens wijsmaken dat hij wel degelijk de man is die ’s zondags het recht heeft om de soep uit te scheppen. Koeke, die was zoals gewoon bezig met WWW en den Tiel, wel eerlijk gezegd, weet echt niet waarom hij er die dag niet bij kon zijn.
De rit ging vandaag langs de voetbal. We gingen namelijk kijken naar Maarten. Maarten Demin wel te verstaan want onze Maarten is niet zo bezig met de voetbal. Het grasveld lag ergens in Lubbeek. Dit wou zeggen dat we op weg naar daar onze voorzitter konden trakteren op zijn geliefde prachtafdaling in Pellenberg. ’t Was zelfs in de richting die hij het liefst heeft. Daar aangekomen zagen we tot onze spijt dat de ploeg van Maarten op achterstand stond. Dit kon echt niet zo blijven. Hans greep kordaat in en begon als een gedreven trainer instructies te schreeuwen.
“Lopen... lopen... ja... jaaaa... nu doooooorgaaaaan”. Man, man, iedereen verbaasd over zijn trainerscapaciteiten. Alle aanwezigen perplex, vooral de man die naast ons stond in trainerspak. En kijk, enkele minuten later kwamen ze op gelijke hoogte. Een pracht doelpunt van de kleinste man op het veld. Iedereen gelukkig, vooral de trotse ouders langs het plein. Ook deze had Hans in het oog. Toen we verder wilden rijden dienden we eerst nog dag te zeggen tegen zo’n ouderlijk paar. Hij sprak ze aan met Hilde en Johan. Zij was duidelijk in de wolken dat ze een stevige zoen kreeg van de redder des vaderland, hij met de glimlach en klaar om een grappige babbel te doen met Hans. “Waarom ze stafschoppen nemen na de match?” “Op instructie van den bond na het debacle in Anderlecht.” Was natuurlijk niet helemaal mee, maar na een tijdje konden we echt niet anders dan Hans aan te manen om af te ronden. Tja, schoon vrouwvolk laat hij niet graag achter.
“Langs waar rijden we nu verder gasten?” was zijn vraag. “Wel Hans, langs het werk van de Koeke.” Even verder kan je een mooi binnenbaantje vinden dat ons brengt naar de Gempemolen. Deze keer geen aandacht voor de Vespa’s.
Verdorie, dit doet me denken aan dat andere verslag dat ik nog diende te maken. Ook toen maakten we ongeveer die zelfde rit. Maar in de andere richting. Een rit waar we het rustig aan gingen doen. Hans die de tijd had om te vertellen over Toscane, Hill die klaar was voor de Zee, Tiel die fier vertelde over Sigrid en z’n brommer. Toen hadden we tijd voor een tractatie van de pot. Nu jammer genoeg niet. Toen hadden we nog een fantastisch afdaling in het verschiet in Pellenbergbos en ging onze Hans Kassier krampen tegemoet toen we weer steil naar boven moesten richting Trolieberg.
Nu hadden we de klim te nemen richting Sint-Joris Winge. Een venijnig stukje kasseistrook. Was even doortrappen, eventjes afzien, maar eens boven krijg je daar een prachtig stukje natuur te zien. Vandaar gaat het eigenlijk steeds bergaf. Het terrein van Hill. Het terrein van de echte acrobaat. Weet je, onze voorzitter gaat zelf sneller naar beneden dan ons allen, dit terwijl hij aan ’t bellen is. Weet niet wat het was, maar hij kreeg telefoon om de haverklap. Ene zekere Herman wou dat we absoluut langs kwamen. Dus in Linden linksaf om aldaar de Diestsesteenweg over te steken. Enkele ogenblikken later waren we aangekomen ten huize Herman. Daar kregen we enkele smoothies voor onze neus. Tja, Herman heeft geluk met zo’n knappe dochter. Net haar 12de verjaardag aan het plannen en al in staat om zo’n lekkere dingen te bereiden. Toen we gezellig aan het palaveren waren, werden we plots verrast door een alarmerend bezoekje. De buurvrouw van Herman ‒ meen ze nog ergens te kennen van iets, maar ’k weet niet goed van waar ‒ kwam vragen of we niets verdachts hadden gehoord of gezien die voormiddag. Een beetje verder hadden ze bezoek gekregen van een paar missionarissen. Waren blijkbaar ongevraagd op zoek gegaan naar een paar misbeeldjes en hadden daar het ganse huis voor overhoop gezet. Jammer genoeg hadden Herman, Leen en de kinderen niets gehoord of gezien. Tja, al dat smoothies mixen.
Zo, blij dat ik dit verslag eindelijk heb kunnen neerpennen. Nu klaar om naar de “kind-vriendelijke” viering te gaan. Goed dat de kerk deze nog heeft om wat volk bijeen te krijgen. Want je weet het, hé. Niets is zo plezant als een eerste communicant. Niets is zo plezant om je te bezinnen. Niets is zo plezant om naar een plaats van vertrouwen te gaan. Niets is zo plezant om te vertoeven in een van de wereld vervreemde populatie. Oesje, Kris roept nu echt. “We moeten vertrekken”. Oesje, plots een flinke zoon. “Ik moet m’n kamer nog opruimen, mama. Ik kan nu niet mee hoor”. Allé... ’k vrees dat ik even moet gaan ingrijpen. Ooh ja, voor ik het vergeet. Dat andere verslag, dat van zaterdag 26 juni. Is dat ooit op de blog verschenen?
[nvdBM: Uiteraard: kijk maar eens hier]
Rudi
Geen opmerkingen:
Een reactie posten